Die koreanen toch ...
to English version
Alles kopiëren ze, zelfs logo's:
wordt:

De wedstrijdpuzzel
Een echte wedstrijdpuzzel, naar een nieuw idee, werd ontworpen door onze vader rond 1935. De twee puzzels waren effen gekleurd, identiek gezaagd in 100 stukjes, in 1 doos verpakt. Maar ze waren vóór het kleuren eerst in 4 stukken gezaagd, die om en om onder en boven gekleurd werden, wat het leggen wel veel moeilijker maakte.

De cartophoot
(een bedrijfsmatig gebruik van de puzzel)
Tussen 1953 en 1957 wendde prof.dr. E.W. Hofstee van de afdeling Sociale en Economische Geografie van de Landbouwhogeschool te Wageningen zich tot onze vader. Hij moest voor een boek vele cartogrammen van Nederland maken. Bij zo'n cartogram wordt de kaart van Nederland verdeeld in de gemeenten of economisch geografisch gebieden (EGG). Aan ieder stuk wordt met een raster een bepaalde grijswaarde, een statistische waarde, gegeven. Het tekenen van zo'n cartogram kost ca. veertien dagen. Met een puzzel (cartophoot) zou dat binnen een dag gelegd zijn. Men ontwierp een legplank van multiplex met daarop van vliegtuig-triplex (1,5mm) de buitenomtrek van Nederland. De gemeenten (of EGG-delen) werden ook uit vliegtuig-triplex gezaagd en wel ieder stukje in acht verschillende rasters en in effen zwart en wit. Het CBS was van mening de lijnen van de rasters precies door te laten lopen in de verschillende soorten, terwijl onze vader uiteindelijk besloot de diagonale lijnen juist iets te laten verspringen t.o.v. elkaar, om de verschillen juist te benadrukken.
De kaart van Nederland in EGG was niet in zwart/wit. Het scala liep hier van effen rood via arceringen met steeds meer wit naar effen wit, en dan via steeds minder wit naar effen blauw. Dit was om verschillen t.o.v. een voorgaande situatie aan te kunnen geven; wit : geen wijziging; rood : negatief; blauw : positief.

Het raster werd door middel van zeefdruk op het hout gebracht. Het Centraal Bureau voor de Statistiek werkte mee om de rasters zo uit te zoeken, dat een egaal grijswaardenverloop ontstond, maar geen raster dichtvloeide bij het fotografisch verkleinen. Het bleek zeer moeilijk om een zaagje te vinden dat zo dun was (0,1mm) dat de kaart niet inzakte wanneer bij verticaal stond, maar dat wel sterk was. Daarbij komt dat vliegtuig-triplex niet goed te zagen is door de gemene lijm die er in zit. Onze vader importeerde zelf de best geschikte zaagjes uit het Ruhr-gebied, maar ze waren toch snel bot en braken.

De oudste zoon Frans Jr. heeft in oktober 1968 de stand op de efficiëncybeurs in de RAI bemand, waar de Cartophoot gepromoot werd.
Hier afgebeeld is een zeldzame gelegenheid waarop Frans Sr. zelf aanwezig was.

Op de legplank (ongeveer twee centimeter dik meubelplaat) waren de gemeenten aangegeven met nummers. In een overzichtelijke ladenkast, ook door de onze vader gemaakt, lagen de gemeenten in genummerde vakjes. Ook werd het nummer op de achterkant van ieder gemeente-stukje geschreven. Is de kaart eenmaal gelegd, dan legt men de legenda en de tekst erbij. Hebben veel gemeenten naast elkaar dezelfde arcering, dan kan er nog een transparant vel met de gemeentegrenzen toegevoegd worden.
Daarna wordt de kaart gefotografeerd en kan met alle fotografische en druktechnische middelen verder gewerkt worden. Men kan ook zeer goedkoop lichtdrukken maken (wij zouden nu zeggen fotokopie) om uit te delen aan studenten, inspecteurs, vertegenwoordigers, controleurs, etc. Het systeem laat zich ook goed gebruiken om de spreiding van de verkoop over het land aan te geven. Sommige verkoop-organisaties hadden er een. Provinciale Planologische Diensten konden er ook een kopen (ook kaarten van n provincie) met landbouwkundige of sociaal-economische verdelingen. Hoewel er een flink aantal cartophoten verkocht is, heeft de opkomst van het tekenen met een computer een grote vlucht van het systeem verhinderd.
Het hoofd van de tekenkamer van het Centraal Bureau voor de Statistiek, dat zelf de rasters leverde, wilde de cartophoot niet aanschaffen. Misschien zag hij zich als baas over twintig tekenaars gedegradeerd tot opzichter over een kleuterklas met vijf puzzelaars.
De cartophoot is voor zover bekend de enige bedrijfsmatige toepassing van de puzzel.




Puzzelen in het kwadraat
Wanneer iemand een (stapel) puzzel(s) uit zijn handen liet vallen waren de kinderen Klaus er goed voor om de puzzels weer bij elkaar te zoeken. Je denkt toch niet dat wij ons bezig hielden met enkele puzzeltjes? Een stapel die omviel was al gauw vijftig of honderd puzzels hoog en bij acht tot ver over de honderd stukjes per puzzel zat je zo aan 6.000 stukjes. Het record was 20 van 600 (boekpuzzel), dus 12.000, van een havengezicht met veel blauw, grijs, grijsblauw en blauwgrijs).
Je begon op kleur en soort te sorteren, ging bijvoorbeeld uit van een rechter onderhoek. Dan de gelijkvormige hoekjes (van dezelfde zaagserie) bij elkaar zoeken. Als een stukje niet precies paste legde je hem in de buurt, want dan hoorde dat stukje in de puzzel die in dezelfde stapel van 3 (of 5) gezaagd was. Als laatste werd de puzzel omgedraaid, om op de houtnerf te controleren of het echt goed was.







Zus Erna (nu Koelman-Klaus) bezig met een stapel door elkaar geraakte puzzels

Plaatjes zoeken
Onze vader zocht zelf altijd de plaatjes uit, die geschikt waren voor zowel kinderpuzzels als voor de puzzels voor volwassenen. Dit was een tijdrovend gebeuren, waarvoor hij grote mappen doorbladerde, op zoek naar geschikt materiaal.























Werk voor anderen
In februari 2021 bereikte ons de vraag of een puzzel van Sala uit Berlijn gezaagd zou kunnen zijn door Kolibri in Bussum. Dat was moeilijk met zekerheid te beantwoorden.

Aanwijzingen zijn er wl. Frans kan zich herinneren dat onze vader de naam Sala lang geleden wel genoemd heeft. Verder is de manier van zagen zeker dezelfde die bij Kolibri gebruikt werd. De afmetingen van de puzzel, 27 bij 35 cm, zijn dusdanig dat het noodzakelijk kon zijn de puzzel in twee delen te zagen omdat het gevaar zou bestaan dat de hoekstukjes tijdens het zagen buiten het werkblad zouden steken en dan op de grond vallen. De puzzel van Sala is inderdaad in twee delen gezaagd. De eerste zaagsnede loopt tussen het achtste en negende stukje van boven naar onder; de horizontale zaagsneden lopen niet door.
Juist rond de tweede wereldoorlog werd er geregeld werk voor anderen gedaan. Kennelijk hoort deze puzzel daar ook bij.